Waarin geloofden Arabieren voor de opkomst van de islam?

Voor de komst van Mohammed (die leefde van 550 – 632) leefden in de Arabische wereld joden, christenen en aanhangers van de Perzische god Zarathoestra. Alledrie die stromingen bestaan nog steeds. Ook geloofden veel mensen in die tijd in honderden verschillende goden. Van al die goden was Hubal (de maangod) de belangrijkste. 

Mekka is nu een heilige stad voor de islam, maar deze stad was in de eerste eeuwen juist de heilige stad voor de polytheïsten (dat betekent mensen die in meerdere goden geloven). Dat kwam doordat er zo’n 360 godenbeelden stonden, die ze allemaal aanboden. Ook Hubal werd daar vereerd, waarschijnlijk bij de Kaaba (de grote kubus waar moslims nu omheen lopen tijdens de jaarlijkse bedevaart – zie afbeelding hierboven). Mohammed en zijn volgelingen vernietigden in het jaar 630 alle godenbeelden in Mekka en maakten daarmee een einde aan het polytheïsme.

Ook het beeld van Hubal werd daarbij vernietigd, maar de Kaaba werd bewaard. Want Adam, de eerste mens zou dit hebben gebouwd. Abraham en zijn zoon (twee belangrijke personen in de Koran), zouden hem later hebben hersteld. In de eeuwen na Abraham hadden de aanhangers van het polytheïsme de Kaaba in handen gekregen, maar Mohammed kon deze mensen verjagen en daarmee terug geven aan de ‘ware gelovigen’: de moslims.