Waar komt de uitspraak ‘ladderzat’ vandaan?

Soms hoor je zo’n uitspraak waarbij je denkt, waar komt dat vandaan? Zo ook de uitspraak: ‘ik ben ladderzat’. Het blijkt dat deze uitspraak is ontstaan bij de Domtoren in Utrecht. 

 

De klokkenluider van de Domtoren, die werkte vanaf de tweede verdieping, besloot op een gegeven moment om bier en wijn te gaan verkopen als bijverdienste. Een probleem was echter dat de bezoekers van zijn kroeg langs de eerste verdieping moesten, waar de bisschop zijn residentie had. De klokkenluider verzon een oplossing en zorgde voor een houten ladder die tegen de Domtoren gezet kon worden. Overigens verhalen enkele bronnen van een soort ophaalbruggetje dat verbonden was met een turfstenen torentje naast de Dom.

Hoe het ook zij, Utrechtse rondleiders gaan er prat op dat hier het woord ‘ladderzat’ is ontstaan. Het gebeurde namelijk regelmatig dat bezopen kroegtijgers van de ladder (of het ophaalbruggetje) lazerden. Die waren dan ladderzat. Als vrouwen ’s avonds constateerden dat hun man niet was thuisgekomen, gingen ze regelmatig even onder de Dom kijken of daar toevallig niet hun man op de grond lag met een gebroken nek.

Als de bisschop op de eerste verdieping van de Domtoren zat was van al die brallende dronkenlappen, haalde hij het laddertje (of ophaalbruggetje tussen beide torens) weg.

Bron tekst: historiek.net